terug naar de tijdlijn

Broedvogels in veranderende landschappen

Ornitholoog Kees Koffijberg van SOVON vertelt over de invloed van veranderende landschappen op broedvogelpopulaties. Hij laat weten dat broedvogels een sterkere binding met het landschap hebben dan trekvogels. Daarmee zijn ze een belangrijke indicator voor veranderingen die het landschap ondergaat. In de waddenregio nemen achttien, voor deze habitat karakteristieke, broedvogelsoorten in aantal af. Van acht soorten neemt hij juist toe. In het Nederlandse deel van de Waddenzee komen naar verhouding veel soorten voor waarvan het aantal vogels gaandeweg afneemt.

Rode lijstsoorten. Koffijberg vertelt dat de Boschplaat vijftien rode lijstsoorten herbergt.  Voor sommige van deze soorten is de Boschplaat de belangrijkste broedplek. Zo broeden 38% van de Eider, 27% van de Grote mantelmeeuw, 9% van de Kleine mantelmeeuw en Zilvermeeuw en 6% van de Lepelaar in het natuurgebied.

Voorkeur. Zowel jonge als oude successiestadia zijn in trek bij bijzondere broedvogelsoorten. Er is niet één ‘voorkeurshabitat’. Zo prefereren bijvoorbeeld de Bruine kiekendief, Tureluur en Graspieper oudere en ruigere vegetaties. Terwijl de Kievit, Kluut en Veldleeuwerik het beter doen in kortere (begraasde) vegetaties. Andere soorten, zoals Dwergstern, Bontbek- en Strandplevier,  zijn gebonden aan zeer dynamische onbeheerde (natuurlijke)  gebieden, zoals rustige strandvlaktes.

Broedsucces. Door toename van stromvloeden tijdens het broedseizoen de laatste jaren, kampen enkele soorten met minder broedsucces. Er zijn nog geen indicaties dat ze zich aan deze situatie aanpassen. Soms speelt ook voedselschaarste een rol. De afwezigheid van grote grondpredatoren is op de Boschplaat, ten opzichte van andere gebieden, een positieve factor.

 



Uitgelicht:

Vogels



Deel deze pagina: